Mogelijke situaties vanaf week 43

Een patiënt contacteert haar/zijn huisarts, de huisarts besluit de patiënt te testen op een COVID-19-besmetting en de huisarts neemt zelf het staal af

  • de huisarts neemt het staal af
  • indien de te testen persoon de app Coronalert gebruikt, vraagt de huisarts hem om met de app Coronalert een testcode en de datum van besmettelijkheid te berekenen (17 cijfers) en de testcode en de datum van besmettelijkheid mee te delen aan de huisarts, zodat de huisarts ze kan meedelen aan Sciensano
  • de huisarts maakt een elektronisch voorschrift aan voor de uitvoering van een test; indien de patiënt geen INSZ heeft, kan een Bis-nummer worden aangemaakt met behulp van het softwarepakket van de huisarts of met behulp van de webtoepassing eHealthCreaBis
  • de huisarts zendt het elektronisch voorschrift via de eForm LaboratoryTestRequest naar de eHealthbox van het laboratorium; het elektronisch voorschrift bevat minstens
    • het INSZ van de te testen persoon
    • het telefoonnummer (bij voorkeur een GSM-nummer) van de te testen persoon
    • het RIZIV-nummer van de voorschrijvende arts
    • het RIZIV-nummer van maximaal 2 andere artsen dan de voorschrijvende arts die het testresultaat moeten krijgen
    • de test prescribed reason (TP) code
    • de datum van de staalafname
    • het staalnummer
    • het type staal
    • het RIZIV-nummer van het laboratorium waarnaar het staal wordt gestuurd voor uitvoering van de test
    • de reden van de staalafname (op basis van de CTPC)
    • indien de persoon symptomatisch is, de datum van het begin van de symptomen
    • indien van toepassing, de identiteit van de collectiviteit of de onderneming waarvan de te testen persoon deel uitmaakt
  • het softwarepakket van de huisarts zendt automatisch de eForms LaboratoryTestPrescription en CTPCRequest naar Sciensano
    • met de vermelde minimale gegevens uit het elektronisch voorschrift opgezonden naar het laboratorium
    • aangevuld, indien de te testen persoon de app Coronalert gebruikt, met de testcode (17 cijfers) en de datum van besmettelijkheid berekend door de app van de te testen persoon
  • de huisarts maakt het staal over aan het laboratorium
  • na de uitvoering van de test, krijgt de huisarts het testresultaat van het laboratorium, bv. in zijn eHealthbox
  • de geteste persoon kan het testresultaat raadplegen via www.mijngezondheid.be en krijgt het testresultaat te zien op de app Coronalert indien hij deze gebruikt

 

Een patiënt contacteert haar/zijn huisarts, de huisarts besluit de patiënt te testen op een COVID-19-besmetting en de huisarts wenst het staal te laten afnemen in een staalafnamepost

  • indien de te testen persoon de app Coronalert gebruikt, vraagt de huisarts hem om met de app Coronalert een testcode en de datum van besmettelijkheid te berekenen (17 cijfers) en de testcode en de datum van besmettelijkheid mee te delen aan de huisarts, zodat de huisarts ze kan meedelen aan Sciensano
  • de huisarts maakt een elektronisch voorschrift aan voor de staalafname en de uitvoering van een test; indien de patiënt geen INSZ heeft, kan een Bis-nummer worden aangemaakt met behulp van de softwarepakket van de huisarts of met behulp van de webtoepassing eHealthCreaBis; het elektronisch voorschrift bevat minstens
    • het INSZ van de te testen persoon
    • het telefoonnummer (bij voorkeur een GSM-nummer) van de te testen persoon
    • het RIZIV-nummer van de voorschrijvende arts
    • het RIZIV-nummer van maximaal 2 andere artsen dan de voorschrijvende arts die het testresultaat moeten krijgen
    • de test prescribed reason (TP) code
  • het softwarepakket van de huisarts zendt automatisch de eForms LaboratoryTestPrescription en CtpcRequest naar Sciensano
    • met de vermelde minimale gegevens uit het elektronisch voorschrift
    • aangevuld, indien de te testen persoon de app Coronalert gebruikt, met de testcode (17 cijfers) en de datum van besmettelijkheid berekend door de app van de te testen persoon
  • bij ontvangst van de eForm CTPCRequest wordt onmiddellijk een activatiecode (CTPC) (16 alfanumerieke karakters) aangemaakt, elektronisch opgestuurd naar de huisarts en, via SMS, naar de te testen persoon; de inhoud van de eForm CTPCRequest wordt tijdelijk opgeslagen in de gegevensbank CTPC
  • de huisarts verwijst de te testen persoon door naar een staalafnamepost voor de afname van het staal; indien de de testen persoon dit wenst, kan de huisarts met de CTPC een staalafnamemoment voor de te testen persoon reserveren via een reserveringstoepassing
  • indien de huisarts dit niet voor hem heeft gedaan, reserveert de te testen persoon met de CTPC een staalafnamemoment bij een staalafnamepost via een reserveringstoepassing
  • de te testen persoon begeeft zich op het vastgelegde staalafnamemoment naar de staalafnamepost met zijn elektronische identiteitskaart of isi+ kaart, en met zijn reserveringsticket afgeleverd door de reserveringstoepassing, en het staal wordt afgenomen
  • het softwarepakket van de staalafnamepost of de generieke webtoepassing (meer bepaald module 3) die ter beschikking staat van de staalafnameposten, haalt in de gegevensbank CTPC de beschikbare informatie op en vervolledigt de gegevensbank CTPC door toevoeging van
    • de datum van de staalafname
    • het staalnummer
    • het type staal
    • het RIZIV-nummer van het laboratorium waarnaar het staal wordt gestuurd voor uitvoering van de test
  • de staalafnamepost zendt, via zijn softwarepakket of via de generieke webtoepassing (meer bepaald module 3) die ter beschikking staat van de staalafnameposten, een elektronisch voorschrift via de eForm LaboratoryTestRequest naar de eHealthbox van het laboratorium; het elektronisch voorschrift bevat minstens
    • het INSZ van de te testen persoon
    • het telefoonnummer (bij voorkeur een GSM-nummer) van de te testen persoon
    • het RIZIV-nummer van de voorschrijvende arts
    • het RIZIV-nummer van maximaal 2 andere artsen dan de voorschrijvende arts die het testresultaat moeten krijgen
    • de test prescribed reason (TP) code
    • de datum van de staalafname
    • het staalnummer
    • het type staal
    • het RIZIV-nummer van het laboratorium waarnaar het staal wordt gestuurd voor uitvoering van de test
    • de reden van de staalafname (op basis van de CTPC)
    • indien de persoon symptomatisch is, de datum van het begin van de symptomen
    • indien van toepassing, de identiteit van de collectiviteit of de onderneming waarvan de te testen persoon deel uitmaakt
  • na de uitvoering van de test, krijgt de huisarts het testresultaat van het laboratorium, bv. in zijn eHealthbox
  • de geteste persoon kan het testresultaat raadplegen via www.mijngezondheid.be en krijgt het testresultaat te zien op de app Coronalert indien hij deze gebruikt