Arbeidsartsen – mogelijke situaties

Algemeen

Een interne arbeidsarts of een arts van een externe preventiedienst van een onderneming kan in het kader van het bestrijden van clusters beslissen tot het uitvoeren van een COVID-19 test m.b.t. personen die

  • hetzij in de RSZ-gegevensbank gekend zijn als werknemer van de onderneming, waarvoor hij als arbeidsarts optreedt, en die hetzij symptomatisch zijn, hetzij gedurende de voorbije 2 dagen een hoogrisicocontact hebben gehad met een (vermoedelijk) besmet persoon
  • hetzij de voorbije 2 dagen regelmatig aanwezig zijn geweest in de onderneming (bv. extern schoonmaakpersoneel), waarvoor hij als arbeidsarts optreedt, mits uitdrukkelijke motivatie voor elk van deze personen, en voor zover die personen hetzij symptomatisch zijn, hetzij gedurende de voorbije 2 dagen een hoogrisicocontact hebben gehad met een (vermoedelijk) besmet persoon

Indien een interne arbeidsarts of een arts van een externe preventiedienst een test wil voorschrijven voor een persoon die een asymptomatisch hoogrisicocontact is van een besmette werknemer/bezoeker, wordt bovendien gevraagd naar het INSZ van de besmette persoon, en wordt in de databank bij Sciensano nagegaan of voor de betrokken persoon een positief PCR-testresultaat beschikbaar is met een staalafname gedurende de voorbije 12 dagen. Indien dit niet het geval is, kan voor de betrokken persoon geen test worden voorgeschreven.

Via een webtoepassing kan een interne arbeidsarts of een arts van een externe preventiedienst, na authenticatie van zijn identiteit en autorisatie, de lijst van de te testen personen en de nodige gegevens ingeven in een webtoepassing.

Indien de arts wenst op te treden voor een onderneming wordt nagegaan of hij als interne arbeidsarts of als arts werkend voor de externe preventiedienst van de onderneming gekend is in de gegevensbank van de ondernemingen.

Indien de arts noch arbeidsarts is van de onderneming, noch een arts is die werkt voor de externe preventiedienst van de onderneming, noch een gezondheidsinspecteur is, kan hij de webtoepassing niet gebruiken voor een onderneming.

Een arts die bevoegd is om de webtoepassing te gebruiken kan een elektronisch mandaat geven aan een ander persoon om onder zijn verantwoordelijkheid de ingave van de gegevens te doen. Deze persoon moet zichzelf in de webtoepassing authentiseren en kan enkel de handelingen verrichten die de arts zelf kan verrichten. Een elektronisch mandaat om de testresultaten te bekijken, kan enkel worden verleend aan een andere arts.

Een arbeidsarts van een onderneming of een gezondheidsinspecteur beslist tot het uitvoeren van een COVID-19 test m.b.t. personen gerelateerd aan een onderneming en neemt het staal zelf af

  • per te testen persoon neemt de arts het staal af
  • per te testen persoon maakt de arts met de webtoepassing een activatiecode (CTPC) aan;  indien de patiënt geen INSZ heeft, kan een Bis-nummer worden aangemaakt met behulp van de webtoepassing eHealthCreaBis; voor de aanmaak van een CTPC geeft de arts volgende gegevens in
    • het INSZ van de te testen persoon
    • het telefoonnummer (bij voorkeur een GSM-nummer) van de te testen persoon
    • het RIZIV-nummer van de voorschrijvende arts
    • het RIZIV-nummer van maximaal 2 andere artsen dan de voorschrijvende arts die het testresultaat moeten krijgen
    • de test prescription (TP) code
    • de datum van de staalafname
    • het staalnummer
    • het type staal
    • het RIZIV-nummer van het laboratorium waarnaar het staal wordt gestuurd voor uitvoering van de test
    • de reden van de staalafname
    • indien de persoon symptomatisch is, de datum van het begin van de symptomen
    • de identiteit van de onderneming waarvan de te testen persoon deel uitmaakt
  • de webtoepassing maakt per te testen persoon op basis van deze gegevens een elektronisch voorschrift op en stuurt dit via de eForm LaboratoryTestRequest naar de eHealthbox van het laboratorium
  • indien de te testen persoon de app Coronalert gebruikt, raadt de arts hem aan om met de app Coronalert een testcode en de datum van besmettelijkheid te berekenen (17 cijfers) en de testcode en de datum van besmettelijkheid mee te delen via een webform aan Sciensano
  • de webtoepassing stuurt per te testen persoon de eForm CtpcRequest naar Sciensano
  • bij ontvangst van de eForm CTPCRequest, wordt onmiddelijk een CTPC aangemaakt en via SMS opgestuurd naar de te testen persoon; de inhoud van de eForm CTPCRequest wordt tijdelijk opgeslagen in de gegevensbank CTPC
  • de arts maakt het staal over aan het laboratorium
  • na de uitvoering van de test, krijg(en)(t) de arts(en) die krachtens de ingegeven gegevens het testresultaat moeten krijgen, dit resultaat toegestuurd door het laboratorium, bv. in zijn/hun eHealthbox
  • de geteste persoon kan het testresultaat raadplegen via www.mijngezondheid.be en krijgt het testresultaat te zien op de app Coronalert indien hij deze gebruikt
  • de webtoepassing laat aan de arbeidsarts die rechtmatig optreedt voor een onderneming toe om de testresultaten van de voorbije 14 dagen te visualiseren van de personen die overeenkomstig de gegevensbank CTPC behoren tot de betrokken onderneming

Een arbeidsarts van een onderneming of een gezondheidsinspecteur beslist tot het uitvoeren van een COVID-19 test m.b.t. personen gerelateerd aan een onderneming en wenst het staal te laten afnemen in een staalafnamepost

  • per te testen persoon maakt de arts met de webtoepassing een activatiecode (CTPC) aan;  indien de patiënt geen INSZ heeft, kan een Bis-nummer worden aangemaakt met behulp van de webtoepassing eHealthCreaBis; voor de aanmaak van een CTPC geeft de arts volgende gegevens in
    • het INSZ van de te testen persoon
    • het telefoonnummer (bij voorkeur een GSM-nummer) van de te testen persoon
    • het RIZIV-nummer van de voorschrijvende arts
    • het RIZIV-nummer van maximaal 2 andere artsen dan de voorschrijvende arts die het testresultaat moeten krijgen
    • de test prescription (TP) code
    • de reden van de staalafname
    • indien de persoon symptomatisch is, de datum van het begin van de symptomen
  • indien de te testen persoon de app Coronalert gebruikt, raadt de arts hem aan om met de app Coronalert een testcode en de datum van besmettelijkheid te berekenen (17 cijfers) en de testcode en de datum van besmettelijkheid mee te delen via een webform aan Sciensano
  • de webtoepassing stuurt per te testen persoon de eForm CtpcRequest naar Sciensano
  • bij ontvangst van de eForm CTPCRequest, wordt onmiddelijk een CTPC aangemaakt en via SMS opgestuurd naar de te testen persoon; de inhoud van de eForm CTPCRequest wordt tijdelijk opgeslagen in de gegevensbank CTPC
  • de arts verwijst de te testen persoon door naar een staalafnamepost voor de afname van het staal; indien de de testen persoon dit wenst, kan de arts met de CTPC een staalafnamemoment voor de te testen persoon reserveren via een reserveringstoepassing
  • indien de arts dit niet voor hem heeft gedaan, reserveert de te testen persoon met de CTPC een staalafnamemoment bij een staalafnamepost via een reserveringstoepassing
  • de te testen persoon begeeft zich op het vastgelegde staalafnamemoment naar de staalafnamepost met zijn elektronische identiteitskaart of isi+ kaart, en met zijn reserveringsticket afgeleverd door de reserveringstoepassing, en het staal wordt afgenomen
  • het softwarepakket van de staalafnamepost of de generieke webtoepassing (meer bepaald module 3) die ter beschikking staat van de staalafnameposten, haalt in de gegevensbank CTPC de beschikbare informatie op en vervolledigt de gegevensbank CTPC door toevoeging van
    • de datum van de staalafname
    • het staalnummer
    • het type staal
    • het RIZIV-nummer van het laboratorium waarnaar het staal wordt gestuurd voor uitvoering van de test
  • de staalafnamepost zendt, via zijn softwarepakket of via de generieke webtoepassing (meer bepaald module 3) die ter beschikking staat van de staalafnameposten, een elektronisch voorschrift via de eForm LaboratoryTestRequest naar de eHealthbox van het laboratorium; het elektronisch voorschrift bevat minstens
    • het INSZ van de te testen persoon
    • het telefoonnummer (bij voorkeur een GSM-nummer) van de te testen persoon
    • het RIZIV-nummer van de voorschrijvende arts
    • het RIZIV-nummer van maximaal 2 andere artsen dan de voorschrijvende arts die het testresultaat moeten krijgen
    • de test prescription (TP) code
    • de datum van de staalafname
    • het staalnummer
    • het type staal
    • het RIZIV-nummer van het laboratorium waarnaar het staal wordt gestuurd voor uitvoering van de test
    • de reden van de staalafname (op basis van de CTPC)
    • indien de persoon symptomatisch is, de datum van het begin van de symptomen
    • de identiteit van de onderneming waarvan de te testen persoon deel uitmaakt
  • na de uitvoering van de test, krijg(en)(t) de arts(en) die krachtens de ingegeven gegevens het testresultaat moeten krijgen, dit resultaat toegestuurd door het laboratorium, bv. in zijn/hun eHealthbox
  • de geteste persoon kan het testresultaat raadplegen via www.mijngezondheid.be en krijgt het testresultaat te zien op de app Coronalert indien hij deze gebruikt
  • de webtoepassing laat aan de arbeidsarts die rechtmatig optreedt voor een onderneming toe om de testresultaten van de voorbije 14 dagen te visualiseren van de personen die overeenkomstig de gegevensbank CTPC behoren tot de betrokken onderneming